Column Christine

05.15.2018

Ouders kun je niet kiezen.

Een gewone werkdag, rommelig en hectisch, zoals iedere andere dag is tegenwoordig. Opeens zie ik mijn telefoon oplichten en zie ik een WhatsApp bericht binnenkomen. Ik zie dat het bericht van mijn tante is. Mijn biologische vader ligt in het ziekenhuis en het schijnt heel slecht met hem te gaan. Hij is uitbehandeld en heeft daarbij ook een infectie opgelopen. Kortom, mocht ik hem nog willen zien of nog een keer met hem willen praten, dan zou nu het moment zijn.
Ik voel rillingen over mijn hele lijf en stuur het bericht door naar mijn vriend en vraag hem wat ik zal doen..

De laatste keer dat ik mijn biologische vader zag was ruim 12 jaar geleden, de eerste keer was niet lang daarvoor. Ik heb hem maar een enkele keer gezien in mijn hele leven. En na de ontmoetingen van toen, heb ik ook heel bewust weer afstand genomen. Ik was destijds zo teleurgesteld en verdrietig.
Waarom zou ik dit nu dan toch doen? Ik twijfel en weet dat ik het wel moet doen, maar ergens ver weg in mijn achterhoofd maakt onzekerheid en verdriet zich alweer van mij meester. 

Een dag later zit ik ’s avonds naast mijn vriend in de auto, onderweg naar het ziekenhuis. Allerlei gedachten spoken door mijn hoofd en ik denk weer aan de diverse “gesprekken” met mijn moeder. Aan de vele verwijten die zij maakte, aan dat ik zoveel op hem leek en ik haar iedere dag weer daaraan deed herinneren. Ik staar naar buiten en voel kippenvel over mijn hele lijf. Ik hoor en voel haar stem weer in iedere vezel van mijn lijf en begin lijkbleek te worden.

Daar zit ik dan aan de rand van zijn bed, ik kijk hem aan en zie zijn verdriet, zijn pijn. Er hangt een pijnlijke stilte. Wie gaat er als eerste iets zeggen, is er dan helemaal niets wat hij mij te vertellen heeft of wat hij nog kwijt wil? Met vragende, licht waterige ogen kijk ik hem aan “ Zeg dan toch iets” denk ik bij mijzelf.
Uiteindelijk praten we een klein beetje en vraagt hij mij om vergiffenis, voor het feit dat hij er niet was en niets gedaan heeft. Dat ik sterk moet zijn en het verleden achter mij moet laten, want zwakke mensen redden het niet en in deze wereld is er geen plek voor zwakke mensen. Ik ben zijn bloed en dus hoor ik sterk te zijn. Zwaar aangedaan loop ik weg, mijzelf afvragend hoe het wellicht geweest zou zijn als hij er wel was geweest. Was het dan beter geweest? 

Inmiddels is het een paar weken verder en is hij er wonder boven wonder weer bovenop. Hij is het ziekenhuis uit, zo begreep ik. “ Onkruid vergaat niet”  zoals ze dat zo mooi zeggen.
Maar ik hoor niets meer, helemaal niets.

En dan realiseer ik mij meer dan ooit dat het nooit zal veranderen.
Heb ik het dan nog steeds niet geleerd?
Mijn ouders en de rest van de familie moeten mij niet, ze hebben mij nooit gewild en dat zal ook nooit veranderen. Voor hen ben ik niets en zal ik ook nooit meer dan niets zijn, het maakt niet uit hoe knap of succesvol of wat dan ook ik ooit zal worden, het maakt hen helemaal niets uit.

Mijn moeder heeft het tenslotte altijd al gezegd, vanaf het moment dat ik mij kan herinneren, ze heeft nooit van mij gehouden. En alle pijn die zij mij altijd gedaan heeft, ieder dag weer. Al die blauwe plekken en al die andere littekens. Nooit heeft er iemand iets gedaan, ze stonden erbij en keken ernaar; Ik ben een ongewenst kind en dat zal ik altijd blijven. 

Ouders kun je niet kiezen, je wordt geboren en daar heb je het mee te doen. Maar “familie” dat is heel wat anders, hierin heb je wel degelijk een keuze. Ik kijk om mij heen en realiseer mij dat ik eindelijk echt thuis ben; ik draai mij om en voel een arm om mij heen slaan.. dit is mijn thuis.

Credits

Copyright © 2018 No Kidding • Built with Concrete5 CMS • Theme by Kevin Tai Sign In